ECLI:NL:CRVB:2012:BY3135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C.H. Bangma
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant ontving bijstand volgens de WWB, maar het college trok deze per 1 december 2008 in. Na diverse besluiten en procedures werd bijstand toegekend vanaf 22 december 2009, maar niet met terugwerkende kracht. De rechtbank vernietigde het besluit van het college dat bijstand vanaf 22 december 2009 toekende, omdat het college geen bijzondere omstandigheden had erkend die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat bijzondere omstandigheden bestonden om bijstand terugwerkend toe te kennen vanaf 14 oktober 2009. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet wordt verleend over perioden voorafgaand aan de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
De Raad vond onvoldoende aanknopingspunten in de medische gegevens en omstandigheden van appellant om van bijzondere omstandigheden te spreken. Hoewel appellant psychische klachten had en begeleiding kreeg, had hij al contact met een advocaat die hem had kunnen helpen bij tijdige aanvraag. Ook het wachten op een uitspraak van de voorzieningenrechter was voor risico van appellant.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Geen bijstand met terugwerkende kracht toegekend wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.