ECLI:NL:CRVB:2012:BY3520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant viel op 25 augustus 2008 uit voor zijn werkzaamheden en kreeg aansluitend een Ziektewet-uitkering. Het UWV besloot op 15 maart 2010 de uitkering met ingang van 22 maart 2010 te beëindigen, omdat appellant volgens een medisch onderzoek geschikt was voor arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant op de datum in kwestie geen medisch objectiveerbare belemmeringen had.
In hoger beroep handhaaft appellant zijn standpunt dat zijn klachten verergerd zijn, onderbouwd met een brief van een maatschappelijk werker over een ernstige depressieve stoornis. De Raad volgt echter de rechtbank en het UWV, oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de brief van de maatschappelijk werker pas tien maanden na de datum in geding dateert.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit op een juiste medische grondslag berust en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.