ECLI:NL:CRVB:2015:4026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid bevestigd
Appellant, voormalig beheerder van een speeltuin, meldde zich meerdere malen ziek met diverse klachten waaronder nierstenen, rug-, knie- en elleboogklachten, hypertensie en psychische problemen. Na beëindiging van zijn dienstverband ontving hij een Ziektewetuitkering die later werd stopgezet omdat hij volgens het UWV geschikt werd geacht voor zijn maatgevende arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit tot beëindiging van de uitkering, stellende dat zijn klachten waren verergerd en onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om het oordeel van de verzekeringsarts te betwisten.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond de motivering van het medisch onderzoek toereikend en concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor een verslechtering van de klachten die het werk onmogelijk maakten. Ook de psychische klachten waren niet zodanig verergerd dat dit een andere uitkomst rechtvaardigde.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde daarmee het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor zijn maatgevende arbeid.