ECLI:NL:CRVB:2012:BY3766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Belastingteruggave als inkomen en terugvordering bijstand volgens WWB
Appellant ontving bijstand vanaf 15 augustus 2001 en kreeg later een IOAW-uitkering toegekend met terugwerkende kracht. In 2008 ontving appellant een belastingteruggave van €7.329 over het jaar 2006, waarin ook bijstand werd verstrekt. Het college vorderde dit bedrag terug als onverschuldigde bijstand.
De rechtbank stelde dat de belastingteruggave als middelen moet worden gezien die betrekking hebben op 2006 en dat het college bevoegd was tot terugvordering van de bijstandskosten. Appellant voerde aan dat het bedrag niet als inkomen mocht worden beschouwd en dat het college de bijstand slechts over één maand had moeten intrekken.
De Raad oordeelde dat de belastingteruggave inderdaad middelen zijn in de zin van de WWB en dat het college daarom terecht tot terugvordering is overgegaan. Er is geen wettelijke grond voor herziening van de bijstand over de betreffende periode. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens belastingteruggave over 2006.