ECLI:NL:CRVB:2012:BY3769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Nabetaling bijstand na onterecht intrekken wegens vermeende schending inlichtingenplicht
Appellant verbleef jarenlang in Thailand waar hij een restaurant-bar dreef die door een tsunami werd verwoest. Na terugkeer in Nederland vroeg hij bijstand aan, welke aanvankelijk werd toegekend. Het college beëindigde later de bijstand en vorderde terugbetaling wegens het niet melden van een bankrekening, wat werd gezien als schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet verwijtbaar was in het niet verstrekken van gegevens omdat hij niet beschikte over de gevraagde informatie. De Raad stelde vast dat appellant recht had op een kindsdeel van de nalatenschap van zijn vader, wat binnen de vrij te laten vermogensgrens viel.
Hierdoor vernietigde de Raad het besluit tot intrekking en herroept het eerdere besluit van het college. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de gemaakte kosten en het betaalde griffierecht, en moet nabetaling van bijstand doen over de relevante periode.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd en appellant heeft recht op nabetaling van bijstand.