ECLI:NL:CRVB:2012:BY3809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- E.J.M. Heijs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens onverantwoord interen op nalatenschap bij bijstandsverlening
Appellante ontving bijstand met een lening vanwege een te verwachten erfenis na het overlijden van haar vader. Het college stelde vast dat zij te snel op deze nalatenschap had ingeteerd en legde een maatregel van 20% verlaging van de bijstand op voor 22 maanden. Appellante voerde aan dat bepaalde kosten zoals ontruiming woning, schutting en stukadoor ten onrechte niet werden erkend omdat zij deze niet met bewijsstukken kon aantonen.
De Raad oordeelde dat deze kosten niet konden worden meegenomen zonder bewijs en dat schoolkosten geacht moesten worden binnen de interingsnorm te vallen. Verder bleek uit verklaringen en gesprekken met de sociale dienst dat appellante wist dat zij haar uitgaven moest verantwoorden en dat zij onvoldoende besef van verantwoordelijkheid had getoond. Het college had de maatregel terecht opgelegd conform de geldende verordening.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad vond geen aanwijzingen voor verminderde verwijtbaarheid of dat appellante door begeleiding was vrijgesteld van haar verantwoordelijkheid. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De maatregel van 20% verlaging van de bijstand wegens onverantwoord snel interen op de nalatenschap wordt bevestigd.