ECLI:NL:CRVB:2012:BY3837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als plooister, viel in 1999 uit wegens klachten aan haar rechterarm, pols, schouder en nek. Zij ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering, die in 2006 werd ingetrokken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
In 2007 meldde zij zich opnieuw arbeidsongeschikt met toegenomen klachten, waaronder ook psychische klachten. Een verzekeringsarts concludeerde in 2009 dat er geen toename van beperkingen was na de wachttijd van de Wet WIA. De arbeidsdeskundige stelde vast dat appellante 0% arbeidsongeschikt was. Het UWV weigerde daarom een WAO-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het medisch en arbeidskundig onderzoek voldoende zorgvuldig achtte. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en wijst het hoger beroep af, omdat appellante haar stellingen niet met medische gegevens onderbouwde en geen aanvullende psychologische informatie aanleverde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.