ECLI:NL:CRVB:2012:BY3906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering recht op ziekengeld na medisch onderzoek bezwaarverzekeringsarts
Appellant, een voormalig magazijnmedewerker, meldde zich ziek wegens rug-, schouder- en knieklachten terwijl hij een WW-uitkering ontving. Het UWV verklaarde hem per 26 oktober 2010 niet langer ziekengeldgerechtigd na een medisch onderzoek door de verzekeringsarts. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen op basis van een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat er geen aanleiding was om een onafhankelijk deskundige in te schakelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn ernstige klachten door een nekhernia al tijdens de bezwaarprocedure zichtbaar waren en dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was geweest.
De Raad concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, inclusief dossierstudie, lichamelijk onderzoek en hoorzitting. De aanvullende medische stukken, waaronder rapporten van specialisten, bevestigen dat de klachten na de bezwaarprocedure ontstonden en geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.