ECLI:NL:CRVB:2012:BY3926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- J.P.M. Zeijen
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medeterugvordering bijstand ondanks bijzondere mantelzorgrelatie
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage waarin het beroep van appellant tegen een terugvordering van bijstandskosten ongegrond werd verklaard. Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop had de bijstand verleend aan [P.] over de periode 1 augustus 2006 tot 1 mei 2007 ingetrokken en mede van appellant teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van wederzijdse zorg en dat het beslag op zijn bankrekening onrechtmatig was. Tevens betwistte hij de brutering van het teruggevorderde bedrag. De Raad oordeelde dat het gezag van gewijsde van een eerdere uitspraak vaststelde dat appellant en [P.] een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor het college bevoegd was tot medeterugvordering.
Verder stelde de Raad vast dat het college in overeenstemming met zijn beleidsregels handelde door slechts bij dringende redenen van medeterugvordering af te zien, welke niet waren aangetoond. De brutering van het bedrag is gerechtvaardigd omdat de vordering voortkomt uit de terugvordering van [P.] en zij haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstandskosten mede van appellant bevestigd.