ECLI:NL:CRVB:2012:BY3938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- J.P.M. Zeijen
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Toekenning extra huishoudelijke hulp wegens gebruik boodschappendienst en overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rucphen omtrent de omvang van de toegekende hulp bij het huishouden in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De zaak betreft onder meer de vraag of extra hulp bij het huishouden toegekend moet worden voor het uitpakken en opbergen van boodschappen die via een boodschappendienst worden bezorgd.
De rechtbank Breda heeft eerder uitspraken gedaan die bindend zijn en waarin werd geoordeeld dat het college geen hulp hoefde toe te kennen voor het doen van boodschappen, omdat appellant gebruik kan maken van een boodschappendienst. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het gebruik van een boodschappendienst geen afbreuk doet aan de zelfredzaamheid van appellant en dat de kosten en het minimum bestedingsbedrag van de boodschappendienst binnen het gangbare gebruiks- en bestedingspatroon van appellant vallen.
De Raad stelt echter vast dat appellant in de periode van 14 januari 2008 tot 12 februari 2010 niet in staat was om zijn boodschappen door te geven aan de winkel via computer, fax of telefoon vanwege zijn beperkingen. Daarom wordt extra hulp toegekend voor het doorgeven van boodschappen en het uitpakken en opbergen ervan, wat leidt tot een nabetaling van € 218,53. Tevens veroordeelt de Raad het college tot een schadevergoeding van in totaal € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursprocedure.
De Raad bevestigt verder eerdere uitspraken en vernietigt bepaalde besluiten van het college, waarbij de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand blijven. Daarnaast veroordeelt de Raad het college tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Appellant krijgt extra huishoudelijke hulp toegekend en het college wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.