ECLI:NL:CRVB:2012:BY4046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over schadevergoeding loondoorbetaling PGB-houder bij WIA-sanctie
Appellante, houder van een persoonsgebonden budget (PGB), kreeg een loonsanctie opgelegd door het UWV vanwege onvoldoende re-integratie van haar hulpverlener, waardoor zij verplicht was het loon door te betalen tijdens ziekte. Het UWV trok dit besluit later in, maar vergoedde slechts gedeeltelijk de wettelijke rente over het doorbetaalde loon.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk omdat zij geen procesbelang zou hebben, aangezien het besluit geen beslissing over schadevergoeding bevatte. In hoger beroep stelt appellante dat zij wel degelijk om schadevergoeding heeft verzocht, waaronder ook kosten voor administratieve handelingen en extra hulpverlening.
De Raad oordeelt dat het UWV bij het intrekkingsbesluit ook had moeten beslissen over de schadevergoeding. Omdat het UWV dit niet volledig heeft gedaan, draagt de Raad het UWV op het besluit te herstellen. Het UWV moet beoordelen of de vergoeding van wettelijke rente toereikend is en of overige schade vergoed moet worden. Appellante krijgt minimaal vier weken om haar vordering nader te onderbouwen.
Deze tussenuitspraak vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en geeft het UWV de opdracht het gebrek in het besluit te herstellen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op het besluit over schadevergoeding te herzien en appellante gelegenheid te geven haar vordering nader te onderbouwen.