ECLI:NL:CRVB:2014:2026
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- M.C. Bruning
- B.M. van Dun
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over schadevergoeding wegens onrechtmatige loonsanctie door UWV
In deze tussenuitspraak behandelt de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep van appellante tegen het UWV inzake een onrechtmatig opgelegde loonsanctie. Het UWV had een eerdere loonsanctie ingetrokken, maar weigerde de volledige schadevergoeding te betalen die appellante claimde, waaronder doorbetaald loon, werkgeverslasten, vakantiegeld en wettelijke rente.
De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat een bestuursorgaan onrechtmatig handelt bij het handhaven van een besluit dat later wordt vernietigd. Het UWV erkent de onrechtmatigheid van het besluit van 2 februari 2010 en de Raad stelt vast dat de schade voortvloeit uit de onrechtmatige loonsanctie. De Raad benadrukt dat het UWV ten minste 70% van het door appellante doorbetaalde loon, vermeerderd met werkgeverslasten en vakantietoeslag, moet vergoeden, inclusief wettelijke rente.
Verder wijst de Raad het verzoek tot vergoeding van kosten voor administratieve handelingen en extra hulpverlening af wegens onvoldoende onderbouwing. Ook wordt het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens spanning en frustratie afgewezen, omdat niet is voldaan aan de strenge criteria voor vergoeding van geestelijk leed.
De Raad constateert dat het besluit van 7 februari 2013 een gebrekkige motivering bevat en draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen, met inachtneming van de overwegingen omtrent de schadevergoeding.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen en de schadevergoeding inclusief loon, werkgeverslasten, vakantiegeld en wettelijke rente opnieuw vast te stellen.