ECLI:NL:CRVB:2012:BY4149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en hennepkwekerij
Appellant ontving sinds 2000 bijstand op grond van de WWB. Na melding van een hennepkwekerij in zijn woning en onderzoek naar zijn voertuigbezit stelde het college vast dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door niet te melden dat hij auto’s had verkocht en inkomsten had uit de hennepkwekerij. Het college trok de bijstand over diverse maanden in en verlaagde deze met 100% gedurende een maand.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de auto’s niet bezat en geen inkomsten uit de hennepkwekerij had ontvangen, en dat zijn psychische gesteldheid en verslavingen bijzondere omstandigheden vormden. De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij niet de eigenaar was van de auto’s of geen voordeel had van de hennepkwekerij.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenverplichting. De door appellant aangevoerde persoonlijke omstandigheden vormden geen dringende of bijzondere reden om af te wijken van het beleid. De opgelegde maatregel was in overeenstemming met de standaardmaatregel. De hoger beroepen faalden en de aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en exploitatie van een hennepkwekerij.