ECLI:NL:CRVB:2012:BY4161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand over verschillende perioden, waarbij het college vermoedde dat zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. Na onderzoek trok het college de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank vernietigde deze besluiten deels vanwege onvoldoende feitelijke grondslag voor gezamenlijke huishouding in bepaalde periodes.
In hoger beroep beoordeelde de Centrale Raad van Beroep de feitelijke woonsituatie aan de hand van verklaringen, observaties en administratieve gegevens zoals waterverbruik en verzekeringen. Voor de periode van 10 april 2007 tot 31 maart 2008 vond de Raad onvoldoende bewijs voor gezamenlijke huishouding, maar voor de periode van 31 maart 2008 tot 1 mei 2009 wel voldoende.
De Raad vernietigde de besluiten voor de eerste periode en bevestigde de terugvordering voor de tweede periode. Het college werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Besluiten tot intrekking en terugvordering bijstand over periode 10 april 2007 tot 31 maart 2008 worden vernietigd; terugvordering over latere periode bevestigd.