ECLI:NL:CRVB:2012:BY4168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen van intrekking bijstand wegens hennepkwekerij
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 30 juli 2007 werd in haar schuur een hennepkwekerij aangetroffen, waarna het college van burgemeester en wethouders het besluit tot toekenning van bijstand over de periode maart tot juli 2007 introk en de bijstandskosten terugvorderde.
Appellante werd strafrechtelijk veroordeeld voor medeplichtigheid aan het beschikbaar stellen van haar schuur voor de hennepkwekerij. In een ontnemingsprocedure werd echter geen wederrechtelijk voordeel aan haar toegekend. Op basis hiervan verzocht zij het college terug te komen op het intrekkingsbesluit, wat werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelt appellante zich opnieuw op het standpunt dat het vonnis van de politierechter en een verklaring van een derde nieuwe feiten zijn die het besluit rechtvaardigen om terug te komen.
De Raad oordeelt dat de bestuursrechter niet gebonden is aan het strafrechtelijke oordeel en dat de ontnemingsuitspraak geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Ook de verklaring van de derde is onvoldoende onderbouwd en kan niet leiden tot herziening. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit tot intrekking van bijstand wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.