ECLI:NL:CRVB:2012:BY4173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en afwijzing langdurigheidstoeslag op grond van inkomen boven bijstandsnorm
Betrokkene, een arbeidsongeschikte uitkeringsgerechtigde, vroeg langdurigheidstoeslag aan voor 2008 en 2009, maar het college wees dit af omdat zijn inkomen en vermogen de bijstandsnorm overschreden. Betrokkene maakte bezwaar, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de gronden niet tijdig waren ingediend.
De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaar wel ontvankelijk was omdat betrokkene in zijn bezwaarschrift duidelijk maakte het niet eens te zijn met de vaststelling van zijn inkomen en vermogen. De rechtbank gaf het college de opdracht een nieuw besluit te nemen, wat het college deed, waarbij het bezwaar inhoudelijk werd afgewezen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het bezwaar ontvankelijk was en dat het college terecht het bezwaar inhoudelijk heeft afgewezen. De Raad stelde vast dat de stortingen op de bankrekening van betrokkene als inkomen moesten worden aangemerkt en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze betalingen schadevergoedingen waren. Hierdoor beschikte betrokkene over een inkomen boven de bijstandsnorm, wat de afwijzing van de langdurigheidstoeslag rechtvaardigde.
De Raad wees het verzoek tot schadevergoeding af en legde griffierecht op aan betrokkene. Hiermee werd het hoger beroep van het college afgewezen en de eerdere uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt ongegrond verklaard en het bezwaar is ontvankelijk.