ECLI:NL:CRVB:2012:BY4174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en afwijzing inkomensvoorziening wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB na inschrijving op een adres in de gemeente. Het college trok de bijstand in omdat appellante niet op het opgegeven adres woonde, een standpunt dat door de voorzieningenrechter en later door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd.
Daarnaast werd een aanvraag om een werkleeraanbod en inkomensvoorziening op grond van de WIJ afgewezen omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij op het opgegeven adres woonde. Dit werd onderbouwd met bevindingen van een huisbezoek waaruit bleek dat de woning nauwelijks was ingericht en appellante zelf aangaf elders te verblijven.
De Raad oordeelde dat het college voldoende feitelijke grondslag had voor haar standpunt en dat appellante onvoldoende objectief bewijs had geleverd dat zij op het opgegeven adres woonde. De stelling van appellante dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en daardoor verkeerd begrepen is, werd niet gevolgd.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de voorzieningenrechter en verwierp de hoger beroepen van appellante. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 november 2012.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en de afwijzing van de inkomensvoorziening worden bevestigd omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op het opgegeven adres woont.