ECLI:NL:CRVB:2012:BY4179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf in gemeente
Appellante had een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de aanschaf van een inboedel, nadat zij eerder al bijstand had ontvangen. Het college wees de aanvraag af omdat appellante niet haar hoofdverblijf in de betreffende gemeente had.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad hechtte zwaar aan verklaringen van appellante zelf, bankafschriften en het feit dat zij bij een vriend in een andere gemeente verbleef.
Appellante voerde aan dat zij de Nederlandse taal onvoldoende machtig was en verkeerd was begrepen, maar de Raad volgde dit niet. Er werden geen objectieve gegevens aangevoerd die het standpunt van appellante konden ondersteunen.
Gelet op artikel 40, eerste lid, van de WWB had appellante geen recht op bijzondere bijstand van het college. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellante niet haar hoofdverblijf in de gemeente had.