ECLI:NL:CRVB:2012:BY4507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag bijstand zelfstandige wegens gebrek aan nieuwe feiten
Appellant heeft meerdere aanvragen om bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) ingediend voor bedrijfskapitaal en kosten van levensonderhoud. Na eerdere bijstandsverlening werd een nieuwe aanvraag afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht. Een daarop volgend bezwaar werd ongegrond verklaard en een herhaalde aanvraag werd afgewezen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn bedrijf inmiddels levensvatbaar was en dat het college hem had moeten helpen, mede omdat hij lid was van een beroepsvereniging en zijn bedrijf daadwerkelijk kon opstarten.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toekenning van bijstand konden rechtvaardigen. De eerdere beoordeling van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) dat het bedrijf niet levensvatbaar was, bleef onbetwist. Ook de stelling dat de markt verbeterde was niet onderbouwd met verifieerbare gegevens.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde de afwijzing van de aanvraag, evenals het verzoek tot schadevergoeding. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag om bijstand wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.