ECLI:NL:CRVB:2012:BY4566

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-250 ONBEK-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 18 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in bestuursrechtelijke procedure ongegrond verklaard

Appellant heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen vijf brieven van de rechtsvoorgangster van Equens SE. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van dit beroep. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, maar de Raad verklaarde zich eveneens onbevoegd en wees het hoger beroep af wegens overschrijding van de termijn.

Tegen deze beslissing heeft appellant verzet ingesteld. De Raad behandelde het verzet, waarbij partijen niet verschenen. De Raad oordeelde dat het verzet ongegrond is omdat er geen sprake is van een schending van de eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces in de weg staan.

Ook is geen reden gevonden om het appelverbod te doorbreken. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond en wijst een veroordeling in proceskosten af.

Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12/250 ONBEK-V
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2009, 07/4289 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Europese vennootschap Equens SE, rechtsopvolgster van de besloten vennootschap Interpay Nederland B.V. (Equens)
Datum uitspraak 29 november 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 10 juli 2012 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het hoger beroep van appellant.
Tegen de uitspraak van de Raad van 10 juli 2012 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 september 2012, waar partijen - appellant met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
Appellant heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een vijftal brieven van de rechtsvoorgangster van Equens. Bij uitspraak van 18 juni 2009 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het beroep. Bij de aangevallen uitspraak is het verzet van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 juni 2009 ongegrond verklaard.
De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb, waartegen ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Voor zover het betoog van appellant in verzet al betrekking heeft op (de wijze van totstandkoming van) de aangevallen uitspraak (en de uitspraak van de rechtbank van 18 juni 2009), leidt dit niet tot het oordeel dat in dit geval sprake is geweest van een zodanige schending van de eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, dat van een eerlijk proces bij de rechtbank geen sprake is geweest. Ook ambtshalve is de Raad niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat in dit geval het zogenoemde appelverbod moet worden doorbroken.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Ten overvloede overweegt de Raad dat, indien de Raad wel bevoegd zou zijn kennis te nemen van het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak, het hoger beroep niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens - niet verschoonbare - overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep. Het hogerberoepschrift, gedateerd 7 januari 2012, is op
10 januari 2012 bij de Raad ontvangen. De rechtbank heeft op 29 september 2009 een afschrift van de aangevallen uitspraak aan appellant gezonden. De Raad is niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de overschrijding van de hogerberoepstermijn redelijkerwijs niet aan appellant kan worden verweten.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en H.C.P. Venema en M.F. Wagner als leden, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
KR