ECLI:NL:CRVB:2012:BY4594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens vermogen in referteperiode
Appellant, houder van een Wajong-uitkering, ontving in 2006 een langdurigheidstoeslag. Voor de jaren 2007, 2008 en 2009 diende hij opnieuw aanvragen in. Het college wees deze af vanwege het bezit van vermogen in de vorm van een pand dat in de betreffende referteperiodes als in aanmerking te nemen vermogen werd aangemerkt.
De Raad overwoog dat het feit dat appellant in 2006 een toeslag ontving, geen recht geeft op toeslag voor latere jaren, omdat de beoordeling steeds opnieuw moet plaatsvinden op basis van de geldende referteperiode. Appellant kon in de jaren 2007 en 2008 volledig over het pand beschikken, omdat hij toen nog niet in het pand woonde.
Voor 2009 geldt een gewijzigde wettelijke regeling waarbij de gemeenteraad de duur van de referteperiode bepaalt. De gemeente Tilburg hanteert een periode van 60 maanden. Ook in deze periode had appellant vermogen en kon hij daarover beschikken. Daarom is de aanvraag voor 2009 eveneens terecht afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank Breda en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag over 2007, 2008 en 2009 is terecht afgewezen wegens het bezit van vermogen in de referteperiode.