ECLI:NL:CRVB:2012:BY4746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over te hoge WAO-uitkering wegens onvoldoende voorlichting
Appellante ontving vanaf 20 december 1999 een WAO-uitkering na vaststelling van volledige arbeidsongeschiktheid, ondanks dat zij als zelfstandige schoonheidsspecialiste bleef werken. In 2004 werd een Waz-uitkering toegekend, waarbij de inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden werden betrokken. Het UWV besloot in 2008 de WAO-uitkering te verlagen wegens vermeende overbetaling vanaf 30 augustus 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij redelijkerwijs had moeten weten dat haar zelfstandige inkomsten invloed hadden op haar WAO-uitkering. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat appellante niet adequaat is geïnformeerd over deze gevolgen, en dat noodzakelijke jaarlijkse beoordelingen van haar winst ontbraken. Hierdoor kon appellante niet redelijkerwijs weten dat zij een te hoge uitkering ontving.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 2 maart 2009 voor zover het de bezwaren tegen de besluiten van 19 augustus 2008 afwijst, herroept deze besluiten en stelt dat deze uitspraak in hun plaats treedt. De intrekking van de Waz-uitkering per 1 januari 2008 blijft gehandhaafd. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en kosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van 2 maart 2009 wordt vernietigd voor zover het de bezwaren tegen de besluiten van 19 augustus 2008 afwijst, deze besluiten worden herroepen, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten.