ECLI:NL:CRVB:2012:BY5181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naast een WW-uitkering. Het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Walcheren ontdekte via Suwinet onbekende inkomsten van appellanten en blokkeerde daarop de bijstand. Appellanten werden verzocht gegevens te verstrekken, maar voldeden hier niet tijdig aan, waardoor de bijstand werd opgeschort en later verlaagd.
Appellanten legden uiteindelijk op 3 maart 2010 de gevraagde gegevens over, waarna de bijstand deels werd hersteld maar met een verlaging van 25% voor twee maanden als maatregel wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij hun inlichtingenverplichting niet hadden geschonden, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij tijdig inkomstenformulieren hadden ingeleverd of hun inkomsten aan hun consulent hadden gemeld. De verplichting tot het uit eigen beweging melden van relevante feiten geldt onverkort. De Raad bevestigde dat het dagelijks bestuur op grond van artikel 18, tweede lid, WWB verplicht was de bijstand te verlagen volgens de Afstemmingsverordening.
Het hoger beroep werd verworpen en de verlaging van de bijstand gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 december 2012.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.