ECLI:NL:CRVB:2012:BY5182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WWIK-uitkering wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante ontving een WWIK-uitkering en was verplicht haar jaarinkomen over 2008 tijdig aan het college te melden. Het college stuurde haar meerdere verzoeken om de benodigde gegevens in te leveren, met een uiterste termijn van 1 september 2009. Appellante leverde de gegevens niet tijdig aan, omdat haar boekhouder ziek was en diens vervanger niet op tijd beschikbaar was. Zij stelde ook telefonisch uitstel te hebben gevraagd, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het college besloot daarom de kosten van de WWIK-uitkering over 2008 terug te vorderen op grond van artikel 30 van Pro de WWIK. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellante niet had voldaan aan haar verplichtingen en dat er geen dringende redenen waren om af te zien van terugvordering.
De Raad wees erop dat het ontbreken van tijdige gegevensverstrekking voor rekening en risico van appellante komt, ook al was haar boekhouder ziek. Verder was er geen bewijs van een verzoek om uitstel. Ook het argument dat het college rekening had moeten houden met later ingediende gegevens faalde, omdat die na het primaire besluit waren verstrekt. Tot slot wees de Raad het beroep af dat het college in plaats van terugvordering een maatregel had moeten opleggen, omdat de WWIK dit niet toestaat.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WWIK-uitkering wegens niet tijdig aanleveren van gegevens en wijst het hoger beroep af.