ECLI:NL:CRVB:2012:BY5192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Blijvende gehele weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Appellant was sinds 1990 werkzaam bij een besloten vennootschap en viel in 2007 en 2008 uit met psychische klachten. Na een periode van werkhervatting ontstonden problemen over zijn re-integratie, waarop het UWV een deskundigenoordeel aanvroeg. Dit oordeel concludeerde dat appellant onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht zonder geldige reden. Werkgeefster ontving vervolgens een ontslagvergunning en beëindigde het dienstverband per 1 oktober 2009.
Het UWV weigerde daarop een Ziektewetuitkering toe te kennen en vorderde ten onrechte betaalde ziekengelden terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant niet al het mogelijke had gedaan om zijn baan te behouden en daardoor onnodig een beroep op de Ziektewet had gedaan, wat een benadelingshandeling vormt.
Appellant stelde dat werkgeefster te veel druk had uitgeoefend en dat sprake was van een arbeidsconflict, maar de Raad vond de inspanningen van werkgeefster redelijk en passend en concludeerde dat het arbeidsconflict was opgelost. Er was geen sprake van verwijtloosheid of dringende reden om af te zien van de maatregel. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd in het openbaar op 21 november 2012 gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de Ziektewetuitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.