ECLI:NL:CRVB:2012:BY5197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst op zorgvuldigheid bij indicatie begeleiding zonder lopende behandeling
Appellant met psychische beperkingen had indicaties voor begeleiding via de AWBZ, die op 17 maart 2011 eindigden. Na een aanvraag tot voortzetting wees het CIZ deze af omdat appellant volgens hen niet onder behandeling was. Appellant betwistte dit en leverde bewijs van contact met behandelaars.
De voorzieningenrechter wees het beroep van appellant af. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat uit de overgelegde stukken niet bleek dat appellant daadwerkelijk onder behandeling was in de relevante periode. Wel oordeelde de Raad dat het CIZ had moeten onderzoeken of begeleiding noodzakelijk was om appellant te stimuleren met behandeling te starten.
De Raad concludeerde dat het CIZ de aanvraag niet zorgvuldig had behandeld door dit na te laten en droeg het CIZ op het besluit binnen vier weken te herstellen. Latere besluiten van CIZ werden niet in deze procedure betrokken. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige indicatiestelling in het kader van AWBZ-begeleiding, ook als behandeling nog niet is gestart.
Uitkomst: Het CIZ wordt opgedragen het besluit te herstellen omdat het de aanvraag niet zorgvuldig heeft behandeld door niet te onderzoeken of begeleiding noodzakelijk was zolang behandeling nog niet was gestart.