Uitspraak
13/1281 AWBZ
2. De Raad komt tot de volgende beoordeling, waarbij de overwegingen en beslissingen die hij in de tussenuitspraak heeft gegeven als uitgangspunt gelden.
€ 3.068,-;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) van 30 maart 2011, waarbij zijn aanvraag voor continuering van indicaties voor Begeleiding groep en Begeleiding individueel werd afgewezen. Na een tussenuitspraak in 2012 heeft het CIZ op 10 juni 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen die geheel tegemoetkomt aan het bezwaar van appellant door alsnog de indicaties toe te kennen.
Hierdoor bestaat tussen partijen geen geschil meer over de aangevochten kwestie, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Raad legt een proceskostenveroordeling op aan het CIZ ten gunste van appellant voor verleende rechtsbijstand en vergoedt het betaalde griffierecht.
De Raad oordeelt dat het CIZ in eerste instantie de aanvraag niet zorgvuldig heeft behandeld door niet te onderzoeken of begeleiding noodzakelijk was zolang de behandeling nog niet was gestart. De nieuwe beslissing op bezwaar corrigeert dit. Voor het gedeelte van het geschil dat ziet op de periode na 1 maart 2012 wordt het beroepschrift doorgezonden naar het bevoegde bestuursorgaan voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het geschil is komen te vervallen door een nieuwe beslissing van het CIZ.