ECLI:NL:CRVB:2012:BY5465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op de eerdere weigering van een WAJONG-uitkering uit 2007, stellende dat er nieuwe feiten en omstandigheden zijn. De rechtbank Groningen wees dit beroep af omdat de ingebrachte medische informatie niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kon worden aangemerkt. Tevens werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen omdat het geen vergelijkbare situatie betrof.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en verwees naar een eerdere uitspraak van de Raad en een vermeende toezegging van een arbeidsdeskundige. Ook stelde hij dat de huidige arbeidsmarktsituatie een reden is om de uitkering toe te kennen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens artikel 4:6 Awb Pro alleen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden tot een herziening kunnen leiden. De Raad bevestigde dat deze niet zijn aangetoond en dat de arbeidsmarktsituatie geen grond vormt voor een WAJONG-uitkering. Ook was er geen sprake van een onvoorwaardelijke toezegging. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.