ECLI:NL:CRVB:2010:BL1958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAJONG-uitkering wegens nieuw feit
Appellant verzocht om herziening van een eerder afgewezen WAJONG-uitkering op grond van nieuwe medische feiten en omstandigheden, waaronder een pervasieve ontwikkelingsstoornis en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Het UWV en de rechtbank oordeelden dat deze feiten niet nieuw waren en handhaafden het besluit. De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de bevindingen tijdens de begeleiding binnen een woonvoorziening nieuwe inzichten geven over de ongeschiktheid van appellant voor reguliere arbeid.
De Raad concludeert dat het beeld van appellant afwijkt van dat van de verzekeringsartsen die het oorspronkelijke besluit ondersteunden. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde van artikel 4:6 Awb Pro dat het verzoek om herziening gebaseerd moet zijn op een nieuw feit of veranderde omstandigheid.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit en bepaalt dat het UWV opnieuw moet beslissen over het bezwaar van appellant. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet opnieuw beslissen over het bezwaar van appellant met inachtneming van de nieuwe feiten.