ECLI:NL:CRVB:2012:BY5707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellant ontving samen met [Y.] bijstand op grond van de WWB. Het college vorderde terugbetaling van bijstandskosten omdat werd aangenomen dat appellant en [Y.] een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, maar handhaafde het teruggevorderde bedrag. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of appellant zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres, wat bepalend is voor het bestaan van een gezamenlijke huishouding. Uit onderzoek, verklaringen van appellant en [Y.], buurtbewoners en andere getuigen bleek dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat appellant zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres had. Appellant gaf tegenstrijdige verklaringen, waarbij hij onder ede verklaarde niet op het uitkeringsadres te wonen. Buurtbewoners leverden onvoldoende concrete feiten en observaties waren beperkt.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijke motivering bevatte en vernietigde de uitspraak van de rechtbank, behalve de beslissingen over griffierecht en proceskosten. Het besluit van het college werd vernietigd en het eerdere besluit van 23 maart 2010 herroepen. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.