ECLI:NL:CRVB:2012:BY5753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en het college stelde dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met [A.], wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand. Het college baseerde dit op observaties, verklaringen en dossieronderzoek.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van het college, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad stelt dat het college niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [A.] zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres gedurende de periode in geding.
De verklaringen van appellante en [A.] zijn inconsistent; [A.] gaf tegenstrijdige verklaringen en stelde dat hij wraak wilde nemen op appellante. Buurtbewonersverklaringen en observaties waren niet doorslaggevend. Het college kon het hoofdverblijf van [A.] op het uitkeringsadres niet overtuigend aantonen.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en herroept het eerdere besluit van het college. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.