ECLI:NL:CRVB:2012:BY5785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant heeft vanaf 1989 bijstand ontvangen, welke in 2009 werd ingetrokken. Op 24 september 2009 vroeg hij opnieuw bijstand aan en overhandigde daarbij twee levensverzekeringspolissen uit 1978 en 1980. Het college wees de aanvraag af vanwege overschrijding van de vermogensgrens, waarbij de afkoopwaarde van de levensverzekeringen en het banksaldo werden meegeteld.
De rechtbank stelde vast dat appellant langer dan 30 dagen geen bijstand had ontvangen, waardoor het vermogen opnieuw moest worden vastgesteld volgens artikel 34 WWB Pro. De rechtbank oordeelde dat de levensverzekeringen meetellen bij de vermogensvaststelling, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat deze volledig uit bijstandspremies waren betaald.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de premies grotendeels uit bijstand had betaald en dat ook vermogen uit arbeid vóór de bijstand niet in aanmerking moest worden genomen. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende nauwkeurige en verifieerbare gegevens had overgelegd om dit te bewijzen. Ook de schuld aan een derde en aan de belastingdienst kon niet in mindering worden gebracht, omdat de schuld aan de belastingdienst pas na de peildatum was vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens overschrijding van de vermogensgrens wordt bevestigd.