ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen sinds 1985 bijstand en werden in 2007 geconfronteerd met een besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1997-2007 vanwege het niet melden van vermogen boven de vrijlatingsgrens. Uit onderzoek bleek dat zij meerdere bankrekeningen hadden, waaronder een spaarrekening die niet was gemeld en waar aanzienlijke bedragen op stonden.
Appellanten stelden dat het vermogen was opgebouwd uit besparingen van bijstand en kinderbijslag, maar konden dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat er geen directe relatie was tussen de bijstand en de spaarrekening en dat de verklaringen en berekeningen onvoldoende waren. Tevens werd vastgesteld dat appellanten hun inlichtingenplicht hadden geschonden door het niet melden van de rekeningen en het manipuleren van bankafschriften.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen onvoorwaardelijke toezegging was dat de bijstand niet zou worden herzien. Ook het bezwaar tegen de terugvordering wegens onevenredigheid werd verworpen, aangezien het College een beleid hanteert waarbij terugvordering plaatsvindt tenzij dringende redenen aanwezig zijn, welke in deze zaak ontbraken. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand wordt bevestigd.