ECLI:NL:CRVB:2012:BY5963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling dagloon bij vermoeden van zwart werk voor WW-uitkering
Appellant, voormalig barkeeper, kreeg een WW-uitkering berekend op basis van een dagloon van €57,47, vastgesteld door het UWV op grond van het door de werkgever opgegeven SV-loon. Appellant stelde dat hij feitelijk 42 uur per week werkte tegen een hoger netto-uurloon, waarvan het meerdere loon zwart zou zijn betaald en niet aan de belastingdienst was opgegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond op procedurele gronden, maar verwierp de inhoudelijke stellingen over het dagloon. De rechtbank oordeelde dat het vonnis van de kantonrechter geen definitief oordeel gaf over het aantal gewerkte uren en dat getuigenverklaringen en financiële omstandigheden onvoldoende bewijs vormden voor het hogere loon.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten en verwees naar beleidsregels van het UWV die correctie van onjuiste loonopgaven mogelijk maken. De Centrale Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de loonopgave onjuist was en dat het UWV terecht het dagloon had vastgesteld op basis van de polisadministratie. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het door het UWV vastgestelde dagloon wordt bevestigd.