ECLI:NL:CRVB:2012:BY6255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten terugvordering WAO en proceskostenveroordeling UWV
Appellante voerde bezwaar aan tegen besluiten van het UWV waarin terugvordering werd vastgesteld van onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen over de periode 1999 tot 2005. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin reeds was vastgesteld dat de terugvordering over de jaren 1999 en 2000 verviel en dat de vordering over 2001 niet verjaard was.
Het UWV stelde bij besluit van 2 mei 2012 het terug te vorderen bedrag vast op € 43.010,65 en restitueerde een bedrag van € 4.935,36 aan appellante. Appellante bleef echter van mening dat ook de terugvordering over 2001 verjaard was. De Raad oordeelde dat de tussenuitspraak hierover bindend was en dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht en verklaart de beroepen tegen de besluiten van 3 juni 2008 en 6 juli 2011 gegrond, waardoor deze besluiten worden vernietigd. Het beroep tegen het besluit van 2 mei 2012 wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep, inclusief het griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere besluiten van het UWV over terugvordering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante.