ECLI:NL:CRVB:2012:BY6371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na detentie
Appellant was van 13 augustus 2007 tot 11 mei 2009 gedetineerd en verzocht na zijn detentie om herleving van zijn WIA-uitkering. Deze was per 27 november 2007 beëindigd omdat zijn arbeidsongeschiktheid toen was vastgesteld op minder dan 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek geen aanleiding gaf tot twijfel over de mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen tijdens detentie waren toegenomen, onder meer door PTSS, en bracht diverse behandel- en evaluatieplannen in.
De Raad oordeelt echter dat de beëindiging van de uitkering terecht is en dat herleving niet plaatsvindt omdat appellant tijdens detentie minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De medische stukken tonen geen zwaardere beperkingen aan dan reeds beoordeeld, en PTSS-klachten zijn niet voldoende onderbouwd of gediagnosticeerd om tot een andere conclusie te komen. De aan de schatting ten grondslag liggende functies zijn medisch passend, zodat de uitkering terecht is geweigerd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op herleving van de WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.