ECLI:NL:CRVB:2012:BY7014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet tijdig beslissen bijstandaanvraag
Appellant heeft zich op 30 september 2008 gemeld bij het CWI voor bijstand, waarbij hem werd meegedeeld dat een aanvraag pas in behandeling wordt genomen na inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Hij heeft daarop geen rechtsmiddelen genomen en zich pas op 5 juni 2009 opnieuw gemeld met een nieuwe aanvraag, waarop bijstand werd toegekend.
Pas in januari 2011 maakte appellant bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van september 2008. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat er volgens hen geen voltooide aanvraag was ingediend op die datum. De rechtbank oordeelde dat, zelfs als er een aanvraag was, het bezwaar onredelijk laat was ingediend gezien de lange termijn tussen aanvraag en bezwaar.
De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat appellant op de mededeling van de CWI-medewerker vertrouwde en daardoor geen tijdig bezwaar maakte. Dit vertrouwen komt voor zijn rekening. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op de bijstandaanvraag is onredelijk laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.