ECLI:NL:CRVB:2012:BY7030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vervoersvoorziening op grond van Wmo na heronderzoek
Appellante had een forfaitaire autokostenvergoeding ontvangen, maar het college van burgemeester en wethouders van Schoonhoven voerde een heronderzoek uit naar de noodzaak van voortzetting van deze vergoeding. Dit leidde tot een medisch advies van de GGD-arts waarin werd geconcludeerd dat appellante zonder begeleiding gebruik kan maken van collectief vraagafhankelijk vervoer en dat er geen medische grond was voor een individuele vervoersvoorziening.
Het college weigerde vervolgens de vervoersvoorziening toe te kennen, wat door appellante werd aangevochten bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, onder meer omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en er geen aanwijzingen waren voor medische beperkingen die een individuele voorziening rechtvaardigden.
In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische klachten onvoldoende waren onderzocht en dat het college onrechtmatig had gehandeld door abrupt de vergoeding stop te zetten, in strijd met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. De Raad oordeelde dat de psychosociale problematiek wel was betrokken bij het medisch onderzoek en dat het college jaarlijks heronderzoek verrichtte, waardoor geen vertrouwen kon worden gewekt dat de vergoeding onvoorwaardelijk zou worden voortgezet.
De Raad concludeerde dat appellante voldoende tijd had gehad om zich op de verandering in te stellen en dat het rechtszekerheidsbeginsel niet was geschonden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de vervoersvoorziening en verklaart het hoger beroep ongegrond.