ECLI:NL:CRVB:2012:BY7631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering gegrond verklaard ondanks eerdere onvoldoende medische onderbouwing
De zaak betreft de beëindiging van de WAO-uitkering van appellant per 25 maart 2002, die na bezwaar gehandhaafd was door het UWV. De Centrale Raad van Beroep stelde in een tussenuitspraak dat het bestreden besluit onvoldoende medisch onderbouwd was en dat aanvullend onderzoek noodzakelijk was.
Naar aanleiding daarvan heeft het UWV nieuw medisch onderzoek laten verrichten door psychiater Hassing en bezwaarverzekeringsarts Koek. Uit deze rapporten blijkt dat de psychische toestand van appellant sinds 1995 niet is verslechterd en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) ongewijzigd kan blijven. De Raad volgt deze conclusies en acht de medische onderbouwing nu voldoende.
Daarnaast is het arbeidskundig rapport van Van der Hulst beoordeeld. Deze heeft drie functies op niveau 1 geselecteerd die geschikt zijn voor appellant, ondanks diens gebrek aan opleiding. De bezwaren tegen de functie medewerker assemblage zijn gemotiveerd weerlegd. De Raad concludeert dat appellant in deze functies een inkomen kan verdienen met een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%, waardoor de beëindiging van de WAO-uitkering terecht is.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De beëindiging van de WAO-uitkering per 25 maart 2002 is gegrond verklaard en het beroep van appellant wordt toegewezen.