ECLI:NL:CRVB:2012:BY7661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsverplichtingen WWB ondanks medische bezwaren appellant
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en is door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer verplicht gesteld tot arbeidsinschakeling volgens artikel 9, eerste lid, WWB. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) voerde een medisch en arbeidskundig onderzoek uit, waaruit bleek dat appellant, mits zware lichamelijke belasting wordt vermeden, in staat is fulltime te werken.
Appellant betwist dit en voert aan dat zijn medische situatie ernstiger is dan het Uwv-advies weerspiegelt, verwijzend naar eerdere keuringen en cardiologisch onderzoek. Hij stelt dat het college onzorgvuldig is geweest door geen aanvullende informatie bij zijn cardioloog op te vragen.
De Raad toetst het medisch onderzoek en concludeert dat dit zorgvuldig is uitgevoerd. De verzekeringsarts baseerde zijn oordeel op lichamelijk onderzoek en medische informatie, waaronder van de huisarts, en zag geen reden tot nader onderzoek bij de cardioloog. De door appellant overgelegde medische stukken geven geen aanleiding tot twijfel aan het oordeel van de verzekeringsarts.
De Raad kwalificeert het besluit van het college als een impliciete weigering om ontheffing te verlenen van de arbeidsverplichtingen en bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter die het beroep ongegrond verklaarde. Het hoger beroep wordt afgewezen en de arbeidsverplichtingen blijven van toepassing.
Uitkomst: De arbeidsverplichtingen van artikel 9, eerste lid, WWB blijven van toepassing op appellant.