ECLI:NL:CRVB:2012:BY7663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bij niet-ingediende bijstandsaanvraag
Appellant heeft zich op 14 juni 2010 gemeld bij de Dienst Werk en Inkomen om bijstand aan te vragen, maar heeft geen schriftelijke aanvraag ingediend en is niet verschenen op het intakegesprek van 7 juli 2010. Het college besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat volgens haar geen sprake was van een aanvraag en de brief niet op rechtsgevolg was gericht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de melding op 14 juni 2010 geen schriftelijke aanvraag is en dat de brief van 7 juli 2010 wel een besluit met rechtsgevolg is, waartegen bezwaar mogelijk is. De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door de rechtbank is daarom onterecht. De Raad vernietigt dit deel van de uitspraak.
Omdat de rechtbank het besluit van 7 juli 2010 terecht heeft herroepen wegens het ontbreken van een aanvraag, ziet de Raad geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd, het besluit van 7 juli 2010 wordt herroepen, en het college wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.