ECLI:NL:CRVB:2012:BY7804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Weigering uitkering Ziektewet en Wet WIA na onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde haar recht op ziekengeld per 13 januari 2011 en wees haar WIA-aanvraag af omdat zij niet gedurende 104 weken arbeidsongeschikt was geweest, zoals vereist volgens artikel 23 van Pro de Wet WIA.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het medisch en arbeidskundig onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige als zorgvuldig en voldoende onderbouwd beschouwde. Appellante stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan die dit konden onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellante per 13 januari 2011 geschikt was voor haar eigen werk als schoonmaakster. Omdat zij niet aan de wachttijd van 104 weken arbeidsongeschiktheid voldeed, had zij geen recht op een WIA-uitkering. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee het besluit van het Uwv rechtmatig werd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet- en WIA-uitkering omdat appellante niet 104 weken arbeidsongeschikt was.