ECLI:NL:CRVB:2012:BY7871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling leeftijdsdiscriminatie bij verlaging AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving vanaf januari 2004 een AOW-pensioen voor een alleenstaande. In 2007 werd vastgesteld dat hij een gezamenlijke huishouding voerde met een persoon jonger dan 65 jaar, waarop zijn pensioen werd verlaagd naar het gehuwdenpensioen met terugwerkende kracht tot 2004.
De rechtbank oordeelde dat dit onderscheid naar leeftijd onrechtmatig was en vernietigde het besluit wegens strijd met artikel 14 EVRM Pro in samenhang met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol. De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat artikel 17, tweede lid, AOW pas met terugwerkende kracht vanaf 4 april 2006 geldt en dat de rechtbank dit niet heeft onderkend.
De Raad overweegt dat het onderscheid naar leeftijd niet als verdacht discriminatiecriterium geldt en dat de wetgever een ruime beleidsvrijheid heeft op sociaal-economisch gebied. De regeling is specifiek bedoeld om ouderen die zorg verlenen aan een hulpbehoevende pensioengerechtigde te ondersteunen en uitstraling naar andere wetten te voorkomen.
De Raad concludeert dat het onderscheid gerechtvaardigd is en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verlaging van het pensioen gehandhaafd.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 december 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlaging van het AOW-pensioen wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.