ECLI:NL:CRVB:2013:1036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als productiemedewerker via een uitzendbureau, meldde zich in 2005 ziek vanwege duizeligheids- en angstklachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd zijn arbeidsongeschiktheid aanvankelijk vastgesteld tussen 80-100%, waarna hem een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend.
In latere herbeoordelingen, waaronder een onderzoek in 2010, werd vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Het Uwv beëindigde daarop de loongerelateerde WGA-uitkering en wees een loonaanvullingsuitkering of vervolguitkering af. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het Uwv en de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische en arbeidskundige beoordeling onjuist was, met name vanwege onvoldoende rekening met zijn klachten en taalbeheersing. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de rechtbank en het Uwv, oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing overtuigend was en dat de geduide functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de loongerelateerde WGA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.