ECLI:NL:CRVB:2013:1040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel ontvangen WIA-uitkering ondanks bezwaar
Appellante ontving vanaf oktober 2007 een WIA-uitkering en daarnaast over een deel van de periode ook een Ziektewet-uitkering. Het UWV ontdekte dat zij over de periode van 1 juli 2008 tot en met 3 april 2010 zowel een volledige WIA- als een volledige ZW-uitkering ontving, wat leidde tot een terugvordering van €15.291,93.
Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, stellende dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende zorgvuldig was en dat er medische redenen waren om van terugvordering af te zien. De rechtbank verwierp haar beroep, stellende dat er geen ondubbelzinnige toezeggingen waren geweest en dat er geen dringende medische of financiële redenen waren om af te zien van terugvordering.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en voerde aan dat een zogenoemd moederbesluit ontbrak. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was, dat er geen medische noodzaak was om af te zien van terugvordering en dat het moederbesluit wel degelijk aanwezig was in het besluit van 12 april 2010.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de te veel ontvangen WIA-uitkering wordt bevestigd.