ECLI:NL:CRVB:2013:1042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na beoordeling fysieke en psychische beperkingen
Appellant viel in april 2008 uit wegens rug-, nek- en schouderklachten en ontving een WIA-uitkering. Vanaf oktober 2010 meldde hij zich ziek met psychische klachten en aambeien, waarna hij een Ziektewetuitkering ontving. Verzekeringsarts Verdenius concludeerde dat appellant per 20 mei 2011 geschikt was voor eerder beoordeelde functies, waarop het UWV het ziekengeld beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond na herbeoordeling door bezwaarverzekeringsarts Van Zalinge. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant niet zodanig waren dat hij de functies niet kon verrichten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en verzocht om een onafhankelijk deskundige. De Raad oordeelde dat dit een herhaling was van eerdere gronden zonder nieuwe medische onderbouwing en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld blijft beëindigd.