ECLI:NL:CRVB:2013:1043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot herbeoordeling arbeidsongeschiktheid na intrekking WAO-uitkering
Appellante ontving vanaf 24 maart 1998 een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Deze uitkering werd op 11 juli 2000 ingetrokken omdat zij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Na diverse procedures werd deze intrekking onherroepelijk.
In 2007 verzocht appellante het UWV haar arbeidsongeschiktheid opnieuw te beoordelen, wat het UWV als een verzoek tot terugkomen van het intrekkingsbesluit opvatte en afwees. De rechtbank oordeelde dat dit onterecht was en gaf het UWV opdracht opnieuw te beslissen. Het UWV stelde vast dat de arbeidsongeschiktheid reeds in 1999 was beoordeeld en dat een hogere uitkering over die periode niet mogelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat appellante al een uitkering ontving over de relevante periode en geen nieuwe beoordeling mogelijk was. Ook voor de periode na 2005 was appellante niet meer verzekerd. De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.