ECLI:NL:CRVB:2013:1095
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onterecht geweigerde WW-uitkering wegens arbeidsrechtelijke dringende reden
Appellant was werkzaam als beveiligingsemployé en verloor zijn geldig legitimatiebewijs na een negatieve beoordeling door de korpschef, wat leidde tot het beëindigen van zijn dienstverband door werkgeefster op grond van een ontbindende voorwaarde.
Het UWV weigerde de WW-uitkering omdat het ontslag werd gezien als verwijtbaar wegens een arbeidsrechtelijke dringende reden. De kantonrechter kende appellant loon toe tot 24 april 2009, de datum waarop hij feitelijk niet meer werkte.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde appellant dat geen dringende reden voor ontslag bestond en dat werkgeefster de strafbare feiten kende maar niet als reden voor ontslag gebruikte.
De Raad concludeerde dat het ontbreken van een geldig legitimatiebewijs niet automatisch een dringende reden vormt en dat werkgeefster de strafbare feiten niet als dringende reden heeft aangemerkt. Het UWV heeft daarom ten onrechte de WW-uitkering geweigerd. De Raad draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het UWV heeft ten onrechte de WW-uitkering geweigerd wegens een arbeidsrechtelijke dringende reden; een nieuwe beslissing wordt opgedragen.