ECLI:NL:CRVB:2013:1179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens verstreken maximale ongeschiktheidsduur
Appellante was werkzaam als ladinginspecteur en meldde zich op 29 juli 2008 ziek. Hoewel zij vanaf november 2008 gedeeltelijk aangepast werk verrichtte, bleef zij ongeschikt voor haar oorspronkelijke functie. Op 14 mei 2009 meldde zij zich opnieuw ziek wegens knieklachten. Het UWV kende haar diverse uitkeringen toe op grond van de Ziektewet en de Wet arbeid en zorg.
Het UWV beëindigde de Ziektewetuitkering per 16 november 2010 omdat het maximale tijdvak van 104 weken ongeschiktheid was verstreken. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij voor haar laatste ziekmelding volledig was hersteld en dat het UWV de arbeidskundige aspecten onvoldoende had betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat uit werkrapporten en andere gegevens blijkt dat appellante onafgebroken ongeschikt was vanaf 29 juli 2008, en dat zij niet volledig had hervat. De stelling over werken zonder loonwaarde werd niet gevolgd. Het bezwaar en hoger beroep slaagden niet, en de beëindiging van de uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 16 november 2010 wegens verstreken maximale ongeschiktheidsduur.