Uitspraak
14 december 2011, 11/6109 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand sinds 1988 en werd op 25 januari 2011 betrapt met een in werking zijnde hennepkwekerij in zijn woning. Uit onderzoek van een fraudespecialist van Stedin bleek dat de kwekerij vermoedelijk op 29 juni 2010 was gestart, met drie oogsten tot dan toe. Het college trok de bijstand over die periode in en vorderde de kosten terug.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij pas in september 2010 was begonnen en dat slechts één oogst had plaatsgevonden, onderbouwd met een strafrechtelijk vonnis. Ook betwistte hij de staat van de apparatuur, stellende dat er geen dikke stoflaag op de lampen lag.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksrapporten een voldoende grondslag boden voor de aanvangsdatum van 29 juni 2010. Appellant kon geen consistente of verifieerbare tegenbewijs leveren en droeg het bewijsrisico. De constatering van de cv-installateur dat deze geen melding maakte, was onvoldoende om het bestaan van de kwekerij op dat moment te betwijfelen.
De strafrechtelijke uitspraak was niet bindend voor de bestuursrechter, gezien het verschil in rechtsvragen en procesrecht. De intrekking van de bijstand en terugvordering vanaf 29 juni 2010 bleef daarom gehandhaafd. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand vanaf 29 juni 2010 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.